BrightLights
warren-wong-213794

Anti-depressiva en ik

Vijftien jaar was ik. In het kille kamertje van de psychiater, net afgestudeerd, met vrolijke bruine krullen, werd een recept uitgeschreven voor medicijnen. De medicijnen die ik voor die tijd zo had vermeden. Als ik hiermee zou beginnen, was het vanzelfsprekend dat die depressie nog minstens zes maanden als een spook achter me aan zou zweven. Als depressieveling accepteer je dat liever niet, word je iedere dag wakker met de wens om weer topfit te zijn.

Dat was echter niet reëel. Dus zat ik stil op mijn stoel en liet ik de psychiater afwegingen maken, of citalopram of sertraline beter zou zijn, welke dosis zombiemetamorfose voor mij het effectiefst zou zijn. Mijn huid was bleek, mijn haar was vet, ik had de kleding aan waar ik die ochtend in wakker was geworden. Het dagelijks leven was een obstakel geworden. Dan maar pillen.

Routineprescriptie

Hiermee was het verhaal nog niet rond. Iedere maand wisselde ik weer van medicijnen, omdat sommige ervoor zorgden dat mijn ouders me niet meer herkenden of dat ik me constant ziek voelde. Daarna kwamen anti-epileptica, anti-pysychotica. Stemmingsstabilsatoren. Inmiddels weet ik er genoeg vanaf om ze zelf voor te schrijven. Op mijn zeventiende hief het spook zichzelf op en ging ik weer nuchter door het leven. Nu ben ik negentien en begint alles weer zo te steken en te zeuren, dat ik weer opnieuw begin met die reis.

Er is een reden dat mensen niet zo graag over antidepressiva praten. Die reden ontdek je al als je een willekeurig nieuwsbericht over de medicijnen erbij pakt, en de reacties leest. Daar wordt voortdurend geroepen dat antidepressiva een onzinuitvinding zijn van de farmaceutische industrie, bedacht om mensen onnodig verslaafd te maken. Het wordt regelmatig neergezet als een gevalletje aanstelleritis; vooral jongeren die verslingerd zijn aan pillen, zouden het gewoon zonder moeten doen. Sinds in het nieuws gebracht werd dat die dingen vaak onnodig worden voorgeschreven, kan ieder depressief persoon slachtoffer worden van zulke opmerkingen. Van vrienden en familieleden die zelf maar diagnoses stellen tot wildvreemden die jou betrekken in hun complottheorieën. Ronduit vermoeiend, vooral omdat je depressies nooit in twijfel moet trekken.

De ernst van het al

Hoe mensen reageren op het gegeven dat je antidepressiva gebruikt, zegt al genoeg over hoeveel mensen begrijpen van depressies. Niet zoveel, meestal nauwelijks iets, zelfs. Dat terwijl onderhand 1 op de 5 jongeren depressief is en 1 op de 17 Nederlanders (één miljoen, mijn hemel) antidepressiva slikt. Een ware epidemie lijkt ‘t. En dat heel Nederland te ziek is om zich goed in zijn vel te zitten, moet niet af en toe in een nieuwsberichtje genoemd worden. Het zou op de voorpagina’s moeten staan.

Natuurlijk zijn antidepressiva geen complete oplossing. Een depressie is een samenspel van verkeerde gedachtes hebben (die vaak weer voortkomen uit verkeerde ervaringen) en je brein dat daar op inspeelt. Dan zijn er nog erfelijke klachten, maar daar is tot zover weinig over bekend. Zulke pillen nemen de essentie van het probleem niet weg, maar zorgen ervoor dat je de diepe dalen niet meer ervaart. Sommigen worden er oprecht vrolijker van; anderen voelen zich onverschillig of emotieloos. Dat is vervelend, maar het is wel een basis waarbij therapie effectiever is. Je kunt zonder emotionele breakdowns op een enigszins kalme en objectieve manier je klachten analyseren en aanpakken. Als je ernstige klachten zonder medicatie ervaart, kan je het idee krijgen dat je de controle over je eigen leven verliest.

Zombiebestaan

Als mensen antidepressiva bekritiseren, wil ik ze vooral op het feit wijzen dat de middelen een tijdelijke oplossing zijn. Na een half jaar stoppen de meesten, omdat ze een verlichting van de klachten ervaren. Zie deze pillen dus vooral als een manier om door een lastige periode geloodst te worden, en niet als een definitieve keus om als zombie door te leven te strompelen.

Ook ik ben goed bekend met het zombie-gevoel. Op dit moment heb ik last van bijwerkingen, wat ervoor zorgt dat ik niet goed slaap en eet. Ook ben ik misselijk, duizelig, heb ik hoofdpijn en heb ik het idee dat ik niet zo goed na kan denken: alsof mijn hoofd gevuld is met watten. De effecten van de eerste weken lijken op de fysieke omstandigheden van een flinke koorts. Je wordt daarentegen vaak gevraagd gewoon door te gaan met je dagelijks leven, want niet iedereen heeft begrip voor de toestand, of ziet in dat een mentale dysfunctie ook fysieke gevolgen kan hebben. Op dat gebied kan er nog veel gebeuren. Gelukkig vergroot het bewustzijn langzaamaan door acties als het Depressiegala en de aandacht die minister Schippers (Volksgezondheid)m  aan de depressie-epidemie besteedt.

Het wordt echter tijd dat we de schaamte opzij schuiven en eerlijker gaan communiceren over de volksziekte nummer 1 in wording. Deze gevoelens bespreekbaar maken, zorgt ervoor dat mensen bijtijds hulp kunnen krijgen en de relatie met hun omgeving sterk houden. Want helaas zijn depressies anno 2017 alles behalve opmerkelijk.

Reageren