BrightLights
fwf_fkj5tbo-alice-achterhof

Nieuw onderwijs: intermezzo of het brugjaar

Het onderwijs ontwikkelt zich in een vrij rap tempo. Het basisonderwijs blijft echter vaak achter. De aandacht wordt daar nog steeds vooral gericht op leerlingen met een leerachterstand, terwijl de leerlingen met een hogere intelligentie zich vaak doodvervelen. Basisscholen proberen dit op te lossen door de leerlingen een klas over te laten slaan. Een goede oplossing voor wanneer de leerlingen nog op de basisschool zitten, totdat de tienjarige naar de middelbare moet en op sociaal-emotioneel vlak toch achter blijkt te lopen. Gelukkig bieden steeds meer middelbare scholen een oplossing: het intermezzo.

Het intermezzo, ook wel ‘groep 9’ genoemd, is een ‘tussenjaar’ tussen de basisschool en de middelbare school om leerlingen die één of meerdere groepen over hebben geslagen op de basisschool klaar te stomen voor de middelbare school. Waar deze ‘snelle leerlingen’ qua intelligentie wel klaar zijn voor het middelbare onderwijs, kunnen ze nog wat support gebruiken op emotioneel niveau.

Wat houdt het in?

Het synoniem voor het intermezzo (groep 9) is enigszins misleidend. Groep 9 zou je in eerste instantie waarschijnlijk doen denken aan een extra basisschooljaar. Toch is het juist het tegenovergestelde: groep 9 is niet een extra basisschooljaar, maar een soort extra jaar brugklas. De leerlingen gaan naar een middelbare school om lessen te volgen en volgen ook vakken die ze vanaf klas 1 ook zullen gaan volgen. Natuurlijk is dat niet het enige. De leerlingen krijgen ook extra vakken zoals verschillende (oude) talen, veel creatieve vakken en vakken waarbij de leerlingen technische en wetenschappelijke vragen kunnen onderzoeken. De aandacht wordt volledig gericht op de leerling en het belangrijkste zijn niet de leervakken, maar de sociale en emotionele ontwikkeling van een leerling. Vandaar dat de creatieve, actieve en kunstzinnige vakken een groot deel van de dag in beslag nemen. Tijdens deze vakken krijgen de kinderen meer ruimte om zich op sociaal- en emotioneel vlak te ontwikkelen, bijvoorbeeld door middel van sport en spel.

Naast alle vakken die de leerlingen krijgen volgen ze ook elke dag een mentoruur. Het mentoruur is ervoor om de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden en ook om ze dingen te leren die ze bijvoorbeeld niet gewend zijn. Veel leerlingen moeten nog ‘leren leren’. Huiswerkbegeleiding is een voorbeeld van de extra begeleiding die de leerlingen krijgen.

Introductie

Het zogenoemde intermezzojaar is niet de eerste naam voor een tussenjaar tussen de basisschool en de middelbare school. Al voordat Het Odulphuslyceum in Tilburg ‘groep 9’ introduceerde, bestond er het zogenoemde ‘brugjaar Jan Ligthart’ binnen het Olympus College in Arnhem. Helemaal hetzelfde is het brugjaar niet. Het brugjaar was namelijk niet alleen bedoeld voor leerlingen met een voorsprong, maar ook voor leerlingen met faalangst, een sociale- of emotionele achterstand en zelfs voor leerlingen die nog net niet op het goede niveau zitten voor de middelbare school. Waar het intermezzo zich richtte op leerlingen die later gaan stromen op het vwo, was het brugjaar ook bedoelt om achter het niveau van de leerling te komen.

Helemaal nieuw was het idee voor een tussenjaar dus niet, maar het intermezzo is wel anders ingericht dan het brugjaar. En al vlot na de introductie in 2015 door het Odulphuslyceum volgden er meer scholen. In het schooljaar 2016-2017 volgden er scholen uit onder andere Laren en Nijmegen en de animo voor een tussenjaar groeit. De groei naar de vraag voor een tussenjaar is logisch wanneer er naar de cijfers van versneld basisonderwijs gekeken wordt. In het leerjaar 2011-2012 doorliepen zo’n 81.000 leerlingen versneld de basisschool. Dit was ongeveer 7 procent van alle leerlingen. In 2013-2014 waren dit al 113.500 leerlingen; een ruime 10 procent. En het afgelopen schooljaar, 2015-2016, heeft 11,5% van alle leerlingen versneld de basisschool afgerond.

Kritiek

Met de toename van de middelbare scholen die het intermezzo aanbieden, wordt het makkelijker voor de versnellers om een extra brugklasjaar te volgen. Zo hoeven ze, zou je zeggen, alsnog niet op al te jonge leeftijd de keuze te maken naar welke middelbare school ze willen gaan en welk niveau ze willen volgen. Denk hierbij aan de keuze tussen tweetalig onderwijs, gymnasium of plus-onderwijs. Toch moeten de leerlingen in sommige gevallen wél al de keuze maken. Een aantal scholen die het programma aanbieden, koppelen de leerling ook meteen aan hun school. De leerlingen kiezen dan niet alleen voor het intermezzo, maar ook voor die school en voor een specifieke richting. In dat geval blijft het probleem om zo’n grote keuze te moeten maken op jonge leeftijd aanwezig.

De verschillen tussen de scholen die de intermezzo’s aanbieden is niet het enige punt dat discussies oproept. De komst van het intermezzo is volgens onderwijsdeskundige Geert Driesen al een ‘goede ontwikkeling’. Toch vindt hij het jammer dat het nodig is. “Kinderen die een klas hebben overgeslagen zouden eigenlijk al eerder begeleid moeten worden,” stelt hij. Zeker met de ontwikkelingen in het basisonderwijs, waardoor de aandacht langzaamaan verschuift van kinderen met een leerachterstand naar kinderen die juist eenvoudig leren.

In de toekomst

Of het intermezzo gaat uitpakken zoals de scholen hopen, wordt nog afwachten, maar tot nu toe zijn zowel de ouders als de leerlingen positief over de ontwikkelingen. De leerlingen merken dat het fijn is om toch nog een extra jaartje voorbereid te worden op de middelbare school, hiaten worden opgevuld en op sociaal-emotioneel niveau worden ze sterker. Dit alles om te voorkomen dat leerlingen later gaan onderpresteren of met zichzelf in de knoop raken, omdat ze zich ‘alleen’ voelen tussen zoveel oudere en grotere leerlingen. Een grote ontwikkeling in het onderwijs, hopelijk met een enorm positief effect, waardoor het in de toekomst verder ontwikkeld kan worden, zodat er voor iedereen ruimte komt om het maximale uit zichzelf te halen voordat ze de grote stap maken richting hun toekomst.

Reageren