BrightLights
Stapel-boeken-klein

Hoogbegaafd en anders: honderdduizend Marjoleintjes

Hoogbegaafdheid komt niet alleen met hoge intelligentie. Op sociaal vlak zijn we vaak achtergesteld en we doen de gekste dingen. Marjolein schreef over haar ervaringen met hoogbegaafdheid, anders zijn en haar jeugdgektes. De namen in dit artikel zijn aangepast uit privacyoverwegingen.

Ik ben anders, altijd al geweest. Op jonge leeftijd had ik al het stempeltje ‘hoogbegaafd’ gekregen maar het zei mij, voor een zesjarig kind vrij weinig, niet gek gezien mijn leeftijd. Ik mocht wel een klas overslaan, maar ik dacht toen dat het alleen maar kwam doordat ik goed taalopdrachtjes kon maken, niet dat hoogbegaafdheid meer inhield dan dat.

In groep zes echter begon het een beetje te dagen. Veel kinderen pasten niet bij mij. Ze praatten over dingen die mij niet interesseerden en liepen altijd in groepjes rond. Ik durfde er niet bij te gaan staan en ik weet eigenlijk niet zeker of ik dat ook wel wilde. Vaak liep ik in de pauze rondjes over het schoolplein, fantaserend en in mijn eigen wereldje. Tijdens de les las ik veel en lette weinig op. Ik zat altijd in mijn eigen wereldje en had weinig contact met anderen. In groep zeven ging ik naar de bovenschoolse plusklas. Ik ontmoette daar Isabella. Zij hoorde er net als ik niet bij. We hadden toen al een gedeelde passie voor dieren, met name katten, waardoor we dikke vrienden werden. Maar vanaf toen ging het minder goed. We gingen van alles denken over katten, naar aanleiding van de boekenserie Warrior Cats. We dachten dat we in katten konden veranderen, als we maar hard genoeg trainden. We gingen vaak bij het meer ‘jagen’. En we geloofden er allebei heilig in, dat is nog het ergste.

Je kan wel raden dat ik niet erg trots ben op die etappe van mijn leven. Sterker nog: ik schaam me er achteraf ontzettend voor. Ik denk nu dat het een soort neerwaartse spiraal was. Isabella had hetzelfde als ik. Zij was ook hoogbegaafd en had er waarschijnlijk ook moeite mee. Voor haar was het nog lastiger omdat ze niemand had om mee te praten. Ze had niet zo’n goede band met haar ouders en praatte niet graag over zichzelf met mensen. Zij vond dat kattengebeuren wel goed, maar ik heb me heel erg door haar mee laten slepen. Eind groep zeven begon ik weer interesse te krijgen in anderen. Ik wou er weer bij horen.

Maar ik had me veel onttrokken van anderen en had daardoor weinig sociale vaardigheden geleerd. mede doordat de groep elkaar al kende, ze hadden al een keer bij elkaar gezeten,

en ik niet wist hoe ik bij de groep moest horen slaagde ik er niet in om erbij te komen. ik wou zó graag, maar het lukte maar niet. En waarschijnlijk zouden ze nog niet eens bij mij passen. Ik wou gewoon echte vrienden, mensen die me begrepen. Dat was (en is) altijd al een diepgewortelde wens van mij. Maar er waren nog altijd geen mensen die me echt door hadden. Het was geen mooie tijd.

Maar the marjolein strikes back! Samen met mijn begeleider Hanne, die mij enorm veel heeft geholpen, lukte het me meer om bij de klas te komen. ik besloot om de meisjes compléét links te laten liggen en begon gewoon in mijn pauzes met de jongens mee te voetballen. Ik ontdekte kinderen die ook anders waren, filosoof Johan, alleskunner Lola, en ik begon de anderen ook heel aardig te vinden. Maar net toen het weer goed ging stond er iets nieuws voor de deur wat alles weer compleet overhoop gooide; de middelbare school.

Eerst had ik er nog zin in. Op mijn oude school was het erg fijn, maar ik had nog het gevoel dat de kinderen het nooit zouden vergeten hoe ik vroeger was. De kat. De rondjeslopende malloot. Ik was er altijd met een been buiten blijven hangen, hoe aardig ik sommige kinderen ook vond.

Op het stedelijk gymnasium zou alles mooier worden. Oké, het was drie kwartier fietsen, maar dan had je ook wat! Ik ging samen met Isabella, met wie ik nog steeds bevriend was. Vol goede moed begon ik na een lange zomervakantie aan mijn eerste dag op de middelbare school.

Wat. Was. Dat. Een. Klap.

Het bleek niet te gaan zoals ik gehoopt had. Ik kwam in een draak van een klas terecht met een groepje stoer-profilerende, ‘populaire’, kinderen waar zelfs nog twee bij zaten van het vorige jaar. daar ging m’n frisse start. Ik ben die eerste dag huilend thuisgekomen.

Ik weet dat mijn verlangen om er meteen bij te horen niet reëel was. ik had me van de middelbare school een soort walhalla voorgesteld, waar alles beter was en waar iedereen was zoals ik. Vooral dat laatste. Of zoals ik een keer huilend aan iemand heb toevertrouwd´honderdduizend Marjoleintjes`. Maar het bleek niet zo. Zelfs niet op het Gymnasium. We werden, je raad het al, weer buitenstaanders en ik had alleen Isabella nog. Maar zij deelde mijn belangstelling voor politiek, cultuur, geschiedenis, psychologie en wetenschap niet, waardoor ik me eenzaam voelde en ik niemand had om mee te discussiëren. Ik had me qua lessen ook wat meer voorgesteld. Ik vond alles wat ze vertelden razend interessant, echt waar, maar het tempo van de lessen stoorde me. Wat de gymnasiast in 50 minuten deed, presteerde ik in 20, waardoor ik me stierlijk begon te vervelen. Ik weet dat dat een traditioneel probleem is voor veel hoogbegaafden, maar dat maakt het niet minder irritant. Gelukkig ben ik niet afgegleden in het onderpresteren en ben ik aan het werk gebleven, juist omdat het makkelijk was. Ik haal vandaag de dag nog tienen.

Ik heb sinds die eerste tijd een zwaar gevoel in mijn hoofd. Een soort waterig gevoel, like dark clouds, ook word ik nog sneller moe dan eerst en zijn het vooral mijn ouders en mijn broertje waar ik mijn humeur op botvierde. Het leek alsof de wereld niet goed kon worden, alsof alles toch al naar de haaien was. ik kreeg een diep gegronde hekel aan school en heb veel gespijbeld. Waar ik bang voor was gebeurde, een van de jongens die me nog kende van mijn vorige school had aan zijn populaire vriendjes doorverteld hoe ik toen was. Toen begon het pesten van zowel mij en Isabella. Wat varieerde van ‘miauw-miauw’ roepen in de gang, tot ons achternazitten op de fiets en onze tassen losmaken. Ik maakte het kenbaar bij onze mentor en het pesten stopte, maar ik kon wat er was voorgevallen moeilijk achter me laten, ik wist nu wat ze van me vonden en dit bleef aan mij knagen. De drukke klas waar ik in zat zorgde ervoor dat ik elke dag met knallende koppijn thuiskwam en eenmaal thuis wachte er nog een hele berg huiswerk op me dat ervoor zorgde dat ik geen moment rust had.

Als ik nu terugkijk op mijn leven, zie ik veel dingen die ik had moeten, had kunnen weten. Ik had moeten weten dat ik me niet had moeten afsluiten van de hele wereld, inclusief mezelf. Ik had al die kattendingen niet moeten geloven. Ik had realistiser moeten zijn. Dan was me zoveel bespaard gebleven. Ik had.. Ik had.. Ik had..

Maar ik heb niet voor niks mijn halve verhaal in de verleden tijd geschreven. Al die fouten, als het al fouten zijn, waren toen. En ze hebben ook voor nieuwe dingen gezorgd en me nieuwe dingen geleerd. Ik heb Isabella beter leren kennen en ik weet nu dat ze behalve een katten-gek ook een diepe filosoof, een goede schoolklaagpartner en een koningin in de sarcasme is. Ik weet nu dat alles zijn tijd kost, step by step, zoals Michelle het zegt. ik kan nu vooruit kijken, naar wat er nog komt, niet naar wat er gebeurd is. En natuurlijk is alles nu nog niet goed. En natuurlijk voel ik me nog vaak eenzaam. En natuurlijk heb ik nog last van mijn klas. En natuurlijk is de wereld nog weleens gitzwart. Maar als ik kijk naar alle veranderingen, voel ik me heel blij en trots.

En de honderdduizend Marjoleintjes? Wie weet kom ik ze ooit nog tegen. Maar voor nu ben ik blij met wat ik heb.

Reageren