BrightLights
overzicht-beste-boeken-van-week--e1436818203329

Lezen is saai?

Als klein kind werd ik altijd dolgraag voorgelezen. Verhalen over dieren, prinsessen en draken, zeerovers en schatkaarten, ik vond het helemaal geweldig. Sommige boekjes wilde ik zo vaak horen dat ik ze uiteindelijk feilloos uit mijn hoofd kende. Maar na een half uur had mijn voorlezer er vaak wel genoeg van.

Toen ik eenmaal zelf leerde lezen ging er een wereld voor me open: naar de bieb gaan deden we met een rolkoffer om alle boeken mee te kunnen krijgen zonder mijn moeder een hernia te bezorgen. Ieder vrij moment bracht ik lezend door. Ik las op de bank en in mijn bed maar soms ook op de tafel, en een enkele keer boven op een kast. Ook ontdekte ik al vrij snel een fenomeen dat we ‘looplezen’ noemde. Als ik uit de bieb kwam kon ik niet wachten tot ik thuis was en ging al lezend de stad door, vanuit mijn ooghoeken in de gaten houdend of ik nergens tegen aan botste.

Omdat ik zo van lezen hield was het even schrikken om er op de basisschool achter te komen dat niet iedereen daar hetzelfde over dacht. Lezen was moeilijk, maar bovendien: saai! Daar begreep ik destijds helemaal niets van, totdat ik de inhoud van onze klassenboekenkast eens bekeek. De boeken waren of oud, kinderachtig, daadwerkelijk saai of dat allemaal bij elkaar. Geen wonder dat lezen hier niet populair was. De leerkrachten moesten iedere dag weer vechten om de klas tijdens het dagelijkse lees-halfuurtje ook daadwerkelijk aan het lezen te krijgen. Maar het was dweilen met de kraan open. Hoe overtuig je iemand dat lezen niet saai is als je alleen maar boeken uit het jaar nul tot je beschikking hebt? Lezen werd uiteindelijk zelfs gebruikt als straf: als je nu niet stil bent ga je maar lezen! Hoe het kan dat de leerkrachten zelf niet door hadden hoe tegenstrijdig ze bezig waren vraag ik me tot op de dag van vandaag nog steeds af.

Naast een klassenboekenkast was er bij ons ook een schoolbieb, maar hier helaas hetzelfde verhaal. De enige fatsoenlijke boeken die er te vinden waren, waren Harry Potter en de griezelbus. Ik las ze met plezier, maar alle boeken die dikker waren dan een duimbreedte werden door de meeste andere kinderen gemeden als vergif. En weer was lezen een verplichting, je móést een boek lenen, want anders deed niemand het. Er werd te weinig gelezen, dat was een feit, maar dat is niet de schuld van de kinderen. Het was de school zelf die het probleem veroorzaakte. Zelfs ik, als doorgewinterde boekenworm, keek niet om naar de leesboeken die er op school werden aangeboden. Toen ik het enige leuke boek in de klas, Ronja de roversdochter van Astrid lindgren voor de zesde keer gelezen had nam ik mijn eigen boeken maar mee.

Op de middelbare school kwam ik terecht in een klas met nerds zoals ik, maar zelfs hier werd de aankondiging van boekbesprekingen voor Nederlands met luid gemor ontvangen en het zoeken naar de dunste boeken op de leeslijst werd bijna een sport. Ik werd dan ook vreemd aangekeken toen ik aankwam met mijn boek van Harry Mulisch met negenhonderd bladzijden. ‘Is dat niet saai?’ werd me gevraagd, maar het was alles behalve dat. Iedere bladzijde was een kunststukje, niet zomaar letters maar levende wezens, gevangen op papier. Er zijn zo veel schitterende boeken en veel mensen die denken dat ze niet van lezen houden hebben naar mijn idee eenvoudigweg nog nooit een goed boek onder ogen gehad. Als scholen willen dat kinderen meer gaan lezen zullen ze een andere strategie moeten toepassen, want feit is dat met het verplichten van saaie boeken nog nooit een kind van lezen is gaan houden.

Anne

Anne

Redacteur, 14, houd van schrijven en droomt ervan een triologie uit te geven. Deel 1 is al onder constructie. Is verslaafd aan muziek en leert songteksten uit haar hoofd als ze niets beter heeft te doen. Leest graag fantasy en horror, maar een beetje literatuur gaat er ook wel in. Haat foto's van zichzelf en selfies nog meer, dus deze hiernaast is een zeldzaamheid.

Reageren