BrightLights
mark-harpur-3141

Een avond op Burton Academie: gevangen in vrijheid

Mette was woensdag aanwezig bij een bijeenkomst van Burton Academie, een school voor levenslessen, met als doelgroep hoog- en meerbegaafde jongeren. Wij schreven al eerder iets over Burton, waarin oprichter Lodewijk Dekker het idee en doel van de academie toelicht. 

Wat is vrijheid?

Ik geloof deze vraag al duizenden jaren deel uitmaakt van menselijke overpeinzingen. We willen als wezens allemaal vrij zijn, zoeken eindeloos naar manieren om onszelf te ontketenen, maar blijken uiteindelijk toch steeds weer terug te komen bij het besef gevangen te zijn, op meerdere manieren.

Vrijheid is iets heel persoonlijks, het is een wezenlijk begrip dat zich relateert aan niets minder dan het leven zelf. Het heeft te maken met aanwezigheid en ruimte, met gedachten en uitspraken, met emoties en verhalen.

Dat de vraag naar vrijheid en hoe die te verkrijgen ook voor hevige discussie zorgt, wordt keer op keer duidelijk in het politieke debat: volgens de een vormt het kapitalisme onze gevangenschap, volgens de ander zouden we moeten leven in absolute ongelimiteerde vrijheid voor iedere afzonderlijke persoon.

Bij de bijeenkomst “de gevangenschap van vrijheid” van de Burton Academie, waar ik woensdag meediscussieerde, werd dit dilemma me eens te meer duidelijk. Maar het vraagstuk strekt zich verder dan ons economische systeem. Het vrijheidsdilemma is onlosmakelijk verbonden met individualisme en altruïsme, met schreeuwen en luisteren, met komen en gaan, met geven en nemen.

“Vrijheid is de afwezigheid van belemmeringen” opperde iemand. In principe was ik het daarmee eens. Belemmeringen zijn inderdaad de dingen die de vrijheid inperken. Maar aan de hand van deze beschrijving volgt eigenlijk direct de volgende vraag: wat zijn dan die belemmeringen?

Ik denk dat veel mensen een heel simplistische definitie van belemmeringen zouden hanteren: belemmeringen zijn dingen die jou beperken in wat je wil doen. Het zijn regels, grenzen, fysieke ongemakken. Volgens die definitie zouden het bijvoorbeeld ook ongewilde verplichtingen kunnen zijn, of eisen van andere mensen.

Ikzelf word door anderen vaak omschreven als een anarchist. In zekere zin kan ik me hierin vinden: ik pas me niet snel in sociale kaders, probeer altijd zelf na te denken en neem het niet altijd even nauw met dingen zoals lesroosters.

Toch denk ik niet dat ik echt een anarchist ben, of wil zijn. De term anarchist impliceert namelijk ook een individualisme dat volgens mij uiteindelijk resulteert in gevangenschap, de ultieme belemmering, en dan wel in de meest onontkoombare vorm: ik heb het over de gevangenschap van jezelf.

De absolute vrijheid van een anarchist zou betekenen: de volledige afwezigheid van regels, sociale verplichtingen en verantwoordelijkheden. Hieruit volgt iemand te zijn die zich niet hoeft te houden aan morele kaders, die vrij is om zonder meer zijn eigen belangen te behartigen, die oneindig veel ruimte in mag nemen om te bewegen.

Het zou dan ook betekenen niet voor je oude moeder te hoeven zorgen, geen rekening te hoeven houden met verkeerslichten, niet op te hoeven komen voor andere mensen.

Op een bepaalde manier klinkt dit aanlokkelijk, omdat je op die manier precies kunt doen wat jijzelf zou willen. Maar hier volgt de volgende vraag: wat wil je eigenlijk precies?

Als ik nadenk over mijn eigen toekomstplannen, zijn daar altijd andere mensen bij betrokken. Of ik nu schrijver wil zijn of een organisatie wil oprichten, of ik nu een bedrijf wil beginnen of een optreden wil geven: ik ben altijd verbonden met andere mensen. Ik heb die andere mensen ook nodig.

Wie zich niet aanpast aan maatschappelijke normen en zich niet voegt in andermans aanwezigheid eindigt uiteindelijk als eenling zonder middelen om ook maar iets te ondernemen. Om een vrij leven te leiden zijn andere mensen onontkoombaar. De enige manier om te ontkomen aan een diep isolement is door juist de aanwezigheid van andere mensen de erkennen.

Wat daarbij van essentieel belang is, is de legitimiteit van het systeem waarin je je beweegt. Regels kunnen bevrijdend werken. Verkeersregels nemen gevaren weg, strafrecht zorgt voor minder bedreigingen. Zijn de regels echter meer beperkend dan bevrijdend (denk bijvoorbeeld aan een verbod op homoseksualiteit), dan perken ze wel degelijk op schadelijke wijze de vrijheid van personen in.

Naast fysieke overheidsregels zijn is er natuurlijk ook nog zoiets als psychologische beperking. Waar ik van overtuigd ben geraakt is dat het beperken van jezelf door kaders en regels aan te brengen in je leven niet per definitie resulteert in een onvrij leven, zolang je ze maar zelf gekozen hebt.

Sterker nog: misschien is de ultieme vrijheid wel om te bepalen om bepaalde dingen niet te doen, om bepaalde verleidingen te weerstaan (denk aan bijvoorbeeld het aanpassen van je dieet). Wat daar dan weer op moet volgen is een onophoudelijke bevraging van het eigen gelijk.

Ik denk niet dat alle mensen die hun eigen waarheid kunnen bepalen per definitie vrij zijn, juist omdát ze dat kunnen en dus gemakkelijk gevangen raken in hun eigen waarheid. De uiteindelijke sleutel tot een vrije en vernieuwbare geest, die niet vastzit en die niet alleen is, is dus openheid.

Openheid zorgt voor een open blik en een open blik zorgt voor een grote wereld. Hoe groter je je ogen maakt, hoe groter de ruimte die je kunt zien.

En dat is uiteindelijk het enige wat je hebt: dat wat je daadwerkelijk ziet.

Mette

Mette

Telt de dagen tot haar eindexamen gymnasium maar kent nog steeds geen Griekse goden. Schrijft op lege bladen en verslaapt zich elke ochtend. Is stiekem activistisch, maar schreeuwt niet vaak van de daken. Praat veel en vaag en onbegrijpelijk, maar is best aardig verder. Daarbij geïnteresseerd in alles wat diepzinnig is. Huilt bij bijna elke film, maar is stoer als ze de weg vraagt.
Is meestal aan het dromen maar luistert graag naar je verhalen.

Reageren