BrightLights
History Class1

De plusklas: hier deden we dingen die écht uitdagend waren

Ik ben altijd al de perfecte, stereotypische nerd geweest zelfs compleet met bril en al. In het begin vond ik dat niet erg. Ik kon goed opschieten met mijn klasgenoten, had elk boek van onder tot boven gelezen in groep drie en kwam thuis met mooie rapporten zonder er ook maar iets voor te doen. Het ging dus best goed met me.

Totdat mijn basisschool het lumineuze idee kreeg mij, samen met een klein groepje andere kinderen die het goed deden in de klas, in groep zes in een combinatieklas met groep vijf te zetten en de rest van mijn oude klas samen te voegen met de andere groep zes, om ons vervolgens in groep zeven weer bij elkaar te gooien, in een zesendertig kinderen tellende monsterklas. Heel erg sociaal was ik überhaupt nooit geweest, en mijn plek vinden tussen al die kinderen die al een jaar de tijd hadden gehad om elkaar te leren kennen was voor mij onmogelijk. Toen andere kinderen op een gegeven moment alleen nog maar met me praatten als ze een stomme grap wilden uithalen of de antwoorden van een opdracht vroegen kwam ik erachter dat hoogbegaafd zijn eigenlijk helemaal niet zo leuk was.

Dat was het begin van twee jaren die heel, heel lang duurden. We hadden twee docenten, maar onze klas was zo druk dat een van de twee in het begin van groep acht overspannen raakte en niet meer terug kwam. De andere docent stond er nu alleen voor, maar die wist de klas al helemaal niet stil te krijgen. Het voortdurende lawaai was voor sommige kinderen een excuus om in mijn oor te gillen zonder dat iemand het doorhad en van de lessen kreeg ik ook weinig mee. Zelfs toen haalde ik nog meer tienen dan andere cijfers, maar ik was er niet meer zo trots op als vroeger. Ik wensde vaak dat ik net zo was als de rest. Was ik maar oppervlakkig en irritant en brutaal en kon ik maar lachen om flauwe grappen, dan zouden de andere kinderen misschien aardig tegen me zijn. Maar helaas, ik kon niets veranderen aan wie ik was. Ik las liever dan dat ik buitenspeelde, ik was liever stil aan het werk dan dat ik door de klas gilde. Aan het einde van groep acht begon het een klein beetje beter te gaan, maar ik vertrouwde niemand meer, dus goedbedoelde gesprekken kapte ik meteen af en bleef vastzitten in mijn eigen wereldje.

Een plusleerling

Al vanaf groep vijf zat ik op school in ‘de plusgroep’, wat inhield dat ik een keer per week een ochtend samen met andere plusgroepkinderen aan extra uitdagende projecten werkte in plaats van te lezen. Alleen een probleem: heel uitdagend was het niet. 
Mijn ouders wisten dat het niet goed ging met me op school, en mijn moeder heeft gesprek na gesprek gevoerd met de docent en de hoogbegaafdheidscoördinator, maar het mocht allemaal niet baten. Er veranderde niets, zowel door de onwil als door het onvermogen van de docenten en leidinggevenden. Uiteindelijk hoorden mijn ouders via via over een buitenschoolse plusgroep, en besloten dat maar eens te proberen als laatste redmiddel, want mijn school had ondertussen al bewezen niets te kunnen oplossen.

Toen ik voor de eerste keer naar die buitenschoolse plusgroep ging, op een woensdagochtend waarvoor ik gelukkig vrij kreeg van school kreeg ik een enorme schok. Een positieve.
De kinderen hier waren net zo als ik, mijn problemen werden begrepen en ik werd geaccepteerd zoals ik was. Hier deden we dingen die écht uitdagend waren, maar nog beter zelfs: ik maakte vrienden.

Vanaf toen bloeide ik helemaal op. De hele week keek ik uit naar de volgende woensdag, en hoewel school doordeweeks nog stees een drama was kon ik dat na een ochtend plusgroep allemaal weer aan. Slim zijn werd steeds minder erg, nu ik het kon gebruiken en ervoor gewaardeerd werd. Met de plusgroep deden we mee aan een wedstrijd, uitgeschreven door schoolspullenfabrikant Heutink, waarvoor we een spel moesten ontwerpen, en de dag dat we met de hele groep met de trein naar Delft gingen om het spel te presenteren en nog wonnen ook was misschien wel de mooiste dag van mijn leven. Ik had mijn plek gevonden. Ten minste, voor een halve dag per week. De plusgroep werd zoveel meer dan extra uitdaging na school, het was een vriendengroep waarin we elkaar steunden als familie. Een keer organiseerden we een WK-voetbalavond, waarbij we tot diep in de nacht de wedstrijd van Nederland tegen Spanje keken en oranje pudding aten. Het was fantastisch, ookal hield ik niet eens van voetbal.

Einde plusklas

Maar aan al het moois komt een eind: de basisschool liep ten einde en de middelbare school lag in het vooruitzicht. Eenmaal op het voortgezet onderwijs kon ik niet meer zomaar iedere woensdagochtend missen, dus na de zomervakantie was mijn tijd bij de plusgroep voorbij. 
Na een zorgvuldige zoektocht en veel getwijfel kwam ik terecht in de VWO plus klas van een grote middelbare school bij mij in de buurt, en ik was stikzenuwachtig. Wat als ik weer niet in de klas zou passen, wat als ik weer het vreemde buitenbeentje werd? Mijn eerste dag was ik doodsbang, maar mijn angst bleek ongegrond, want de tweede dag had ik al een vriendin, waarmee ik vandaag de dag, bijna drie jaar later, nog steeds onafscheidelijk ben. Ik vond het nog steeds moeilijk om mensen te vertrouwen, maar langzaam aan wende ik aan de immense nieuwe school, leraren die wisten waar ze het over hadden en klasgenoten die er niet op uit waren me belachelijk te maken.

Op de middelbare school ging het dus vele malen beter dan op de basisschool, maar ik had nog steeds zo mijn ups en downs. Ik kon niet met iedereen uit mijn klas evengoed overweg, en soms kwam ik nog kinderen uit mijn oude klas tegen die met de jaren niet aardiger waren geworden. Ook het schoolwerk was geen makkie meer, en toen ik de eerste onvoldoende van mijn leven haalde schrok ik me kapot. Was ik eigenlijk wel hoogbegaafd? Misschien had ik alle tests wel per ongeluk goed gedaan, ik ging vast afstromen en dan kwam ik weer in een klas met geniepige pestkoppen terecht. Natuurlijk maakte ik me druk om niets, want ik ging over met een rapport om trots op te zijn en was er ondertussen aan gewend dat niet al mijn cijfers tienen waren en zette mijn tweede jaar voort in de gymnasiumhelft van mijn klas, die gelukkig tot de derde bij elkaar zou blijven.

VWO+

De projecten, waaraan het VWO plus zijn naam te danken had, waren een stuk moelijker dan die van de vorige plusgroep, en er was minder ruimte voor creativiteit. Omdat we niet altijd zelf mochten kiezen met wie we samenwerkten leverd het groepswerk nog wel eens problemen op, maar wat we in de eerste aan vrijheid misten werd in de tweede ruimschoots goed gemaakt: je mocht je project helemaal zelf bedenken. Dus samen met twee andere meisjes maakte ik een speelfilm waar we twee hele jaren mee bezig zijn geweest en die nu op het punt staat om af te worden gerond. Het schoolwerk werd nu pas zo veel dat ik echt mijn best moest doen om goede cijfers te halen. In het begin van het jaar had ik dat nog niet door en haalde zonder blikken of blozen een twee voor Frans en wiskunde en een drie voor Duits als mijn eerste cijfers, maar ik leerde om harder en efficiënter te werken, en vanaf de derde haalde ik geen enkel cijfer meer onder de zes.

Alsnog hield ik genoeg tijd over om naast school te werken aan een passie die ik pas ontdekt had: schrijven. Ik werk nog steeds iedere vrije minuut aan mijn boek en droom ervan om het ooit uit te geven.
Ookal was mijn hoogbegaafdheid iets wat ik vroeger verafschuwde, uiteindelijk heeft het me veel goede dingen opgeleverd, en ik ben blij dat ik ingezien heb dat het een talent is, iets wat me mogelijkheden bied en waar ik blij mee moet zijn. En nu, ook al heeft het even geduurd, ben ik dat ook.

Anne

Anne

Redacteur, 14, houd van schrijven en droomt ervan een triologie uit te geven. Deel 1 is al onder constructie. Is verslaafd aan muziek en leert songteksten uit haar hoofd als ze niets beter heeft te doen. Leest graag fantasy en horror, maar een beetje literatuur gaat er ook wel in. Haat foto's van zichzelf en selfies nog meer, dus deze hiernaast is een zeldzaamheid.

Reageren