BrightLights
books

Hoogbegaafdheid: een kwestie van testen of voelen?

Al sinds jongs af aan krijg ik te maken met hoogbegaafdheidstesten. Zo werd ik in groep 3 in een hoogbegaafdheidsprogramma ingedeeld op de basisschool, de selectie werd vooral bepaald door de scherpe observaties van juffen en meesters. Daarna moest ik testen doen over ruimtelijk inzicht, heb ik me bij een psycholoog laten testen en uiteindelijk nog eens in een groep. Als je je herkent in hoogbegaafdheid voel je constant de drang je vermoedens te bevestigen, terwijl dit eigenlijk onnodig is, en in veel gevallen schadelijk.

Zo kwamen uit de testen die ik heb gedaan en de gesprekken die ik heb gevoerd steeds andere resultaten rollen. Vooral als kind en als tiener zijn die soms lastig te verwerken: je hebt een bepaald beeld van jezelf, en steeds weer komt er een controle (van een twee uur-durende test) die jou gaat uitleggen wie je bent en waar je staat. Als je jong bent en hoogbegaafdheidstesten blijft maken, voelt het alsof je eens in de zoveel jaar weer opnieuw de stress van de citotoets of de eindexamens moet ervaren. In veel gevallen eigenlijk erger: hoogbegaafden hangen immers vaak een groot deel van hun zelfbeeld op aan hun intelligentie.

Steeds weer hertesten

Zo kreeg ik zelf al vrij jong de stempel ‘hoogbegaafd’ op mijn hoofd geplakt. Er heerst daarentegen het idee dat kindertesten niet plausibel zijn; intelligentie zou kunnen veranderen naarmate je ouder wordt. Als je het correct wil aanpakken, moet je je dus eens in de zoveel jaar laten hertesten. Eigenlijk een vervelend idee, want als je jezelf kent als ‘de slimme’, en hoogbegaafdheid tot iets rekent dat jouzelf definieert, moet het verschrikkelijk zijn als je in je puberteit wordt verteld dat het al die tijd een misvatting is geweest.

De manier waarop mensen omgaan met hoogbegaafdheid is ronduit vreemd. Bij ieder andere mentale stoornis (hoe negatief het ook klinkt, hoogbegaafdheid ís een afwijking, het ligt eraan hoeveel positiefs je er zelf uit weet te putten) kan je symptomen opnoemen en een psycholoog zal je situatie vaststellen in een dossier. Voor hoogbegaafdheid moet je haast solliciteren, jezelf bewijzen door een toets. Dat terwijl het eigenlijk niet echt een afwijking is waarvoor je wil solliciteren. Hoogbegaafden kennen vaker mentale problemen, hebben een laag zelfbeeld, voelen zich eenzaam en ze onderpresteren vaak ook nog eens. De stempel is geen garantie voor een succesvol leven; in veel gevallen vergroot het, helaas, je kansen op ellende.

Waarom jezelf bewijzen?

Hoogbegaafdheid heeft duidelijke overeenkomsten met andere problemen. In mijn eigen omgeving zie ik vooral de overeenkomsten met autisme (dan denk ik vooral aan Asperger) en ADD. Bij Asperger heb je ook een afwijkende, systematische manier van denken die je in veel gevallen effectiever maakt dan ieder ander, het kan je ook beperken in je sociale vaardigheden. Een lichte vorm daarvan zie je bij hoogbegaafdheid. ADD’ers kennen vaak enorme ambities en interesses maar vervelen zich daarbuiten snel; ze zijn meestal snel afgeleid óf juist hypergeconcentreerd. Ook dat is kenmerkend voor hoogbegaafdheid.

Toch zien we de bovenstaande stoornissen duidelijk als problematisch, terwijl verschillende verenigingen en platformen poortwachters voor het begrip ‘hoogbegaafdheid’ willen spelen. Alsof het een eer is om hoogbegaafd te zijn. Misschien is het geromantiseerde, tamelijk Amerikaanse beeld dat een vereniging als Mensa schetst van hoogbegaafdheid wel definiërend. Het verschil is dat in enkele landen hoogbegaafdheid wellicht wordt gezien als iets prijzenswaardig, maar dat het in Nederland vooral veel frustraties, onbegrepenheid en eenzaamheid oplevert.

Wees open

Jezelf in hoogbegaafdheid herkennen zie ik dus eigenlijk als jezelf herkennen in een ander mentaal probleem, een DSM-stoornis. Als je daar open over bent en jezelf erin durft te herkennen, is dat een moedige en zelfbewuste daad. In mijn optiek is het dan totaal onzinnig om iemand nog te confronteren met stressvolle testen.

Maar moet je iemand dan maar diagnosticeren met hoogbegaafdheid als diegene dat zelf ziet? Dat hoeft niet per se. Ik sprak ooit met een hoogbegaafdheidscoach die zei na tien minuten praten te weten: ‘dat is er één’. Dat vond ik eerst merkwaardig, maar nu ik werk met hoogbegaafden en steeds meer kennis over het fenomeen opdoe, heb ik het ook ontwikkeld. Aan de snelheid van een gesprek en de creatieve associaties die iemand maakt kan je enorm snel zien wie er oprecht intelligent is, ondanks zijn/haar IQ of opleiding. Een bekwame psycholoog kan dat nog wel beter dan ik.

En, als je twijfelt aan het oordeel van een psycholoog, kan je een second opinion aanvragen. Naar mijn idee is dit een veel betrouwbare mechaniek dan een test maken, er misschien voor falen, en jezelf daarna eindeloos dingen blijven verwijten. Testen en hoogbegaafden is überhaupt een moeilijke combinatie: want wat doe je dán met die faalangst, de onzekerheid, en je neiging om snel afgeleid te raken?

Kortom, maak van hoogbegaafdheid geen trofee. Het is veel complexer dan dat, en zodra je het idee hebt dat je kampt met hoogbegaafdheid, heb je het recht om daar zelf in te geloven, in plaats van afgeschreven te worden door iets als een toets.

Nora

Nora

Hoofdredacteur van Brightlights.nl. In het dagelijks leven studeert ze geschiedenis in Amsterdam en is ze altijd bezig met 10 projecten tegelijkertijd. Ging van vwo naar havo en weer terug naar versneld vwo. Wordt week van stoffige literatuur en kriebelig als ze niet kan schrijven. Organisatiejunkie, omdat haar hoofd een oerwoud, dierentuin of 10-baanssnelweg is.

Reageren