BrightLights
jessica-ruscello-99566

De waarde van een getal: hoogbegaafdheid en misdiagnoses

Jarenlang was het puur een gegeven. Een cijfer dat op zichzelf niet veel waarde had. Het getal paste in hetzelfde rijtje als mijn oogkleur en mijn sterrenbeeld: leuk om te weten, maar verder kon je er niet iets mee. Het was een paar keer door mijn handen gegaan, maar altijd weer weggelegd waarnaar ik het weer in de dossierkast thuis opborg. Nu drong de betekenis ineens tot me door. In een kale kamer met een vrouw tegenover me en een brommende computer, kreeg het getal een waarde. Het was ineens een oorzaak van een hoop problemen.

We zaten fout

“We dachten eigenlijk al dat ze fout zaten en dit verslag bevestigt dat.”, vertelde ze terwijl ze klikkend met haar muis het document opende. Ze draaide het scherm naar mij toe. Ik zag een lap tekst met wat ingewikkelde termen en wat scores, maar dat was eigenlijk puur opvulling. Het belangrijkste was de conclusie: “De diagnose Asperger wordt bij Pepijn dus geschrapt.” De vrouw van de second opinion had ondertussen haar kopje koffie gepakt en wachtte tikkend met haar trouwring tegen het kopje op mijn reactie. Hoe graag ik ook op had willen staan en juichend op mijn stoel had willen springen: het lukte niet. Ik bleef als een schaap staren naar het resultaat. De overwinning maakte nog geen gevoel bij me los.

Mijn middelbareschooltijd bestond al vanaf het begin uit dossiers, gesprekken, vragenlijsten met oneindige rijen hokjes en oneindige rijen diagnoses die een voor een werden weggestreept. Inmiddels zit ik in havo 5 en kwam met de second opinion abrupt een einde aan een periode van spreekkamers.

Onvindbare oorzaak

Ik was iemand die niet in één hokje te vangen was voor de hele rit aan deskundigen. Het probleem was dat school niet lekker liep. De oorzaak was daarvan was onvindbaar. Zo was ik energiek, maar niet problematisch energiek. Ik hechtte waarde aan afspraken en regels, maar die liet ik net zo lief af en toe varen. Net als ieder gemiddeld mens kon ik boos worden, maar ik sloeg geen mensen in elkaar omdat ze me niet aanstonden. Als een soort slang glipte ik tussen alle diagnoses door: niets paste goed genoeg, zelfs als je dingen combineerde.

Uiteindelijk moest er toch een sticker op mij worden geplakt, een naam in mijn dossier worden gezet. Het werd het syndroom van Asperger: een stoornis verwant aan autisme waarbij je een bovengemiddeld IQ hebt en moeite hebt met sociale interacties. De diagnose was gebaseerd op één test waar wél een eenduidig antwoord uitkwam: de IQ-test. Die gaf namelijk een waarde van 139, hoogbegaafd. “Wat verder niets betekende” volgens de deskundige die de test afgenomen had. Prima, dan werd het voor mij puur een gegeven. “Hoi, ik ben Pepijn met blauwe ogen, sterrenbeeld schorpioen en een IQ van 139.” Zoals je ziet, werd het dus puur een gegeven, iets dat niets zei over mij of mijn kwaliteiten. Tot het moment dat die psychologe met haar irritant tikkende trouwring mij het tegendeel bewees.

Nieuwe betekenis

Blijkbaar had die ‘139’ dus wel een betekenis. Die score bleek door die second opinion de oorzaak te zijn van het feit dat ik geen diagnose kon krijgen. Ik was namelijk psychisch in orde: van de een op de andere dag was ik niet meer ‘ziek’. Dat was ook na een lange stilte de reactie die ik die psychologe gaf: “Dus dan ben ik helemaal gezond?”. Ze knikte met een glimlach op haar gezicht. Ik vroeg of ik het resultaat op papier mocht hebben. Misschien dat ik dat wel vroeg omdat ik wist dat ik er thuis nog eens naar moest kijken, puur om het tot me door te laten dringen.

De diagnose Asperger, hetgeen wat ervoor zorgde dat ik jarenlang me een loser voelde, een gek en min of meer outcast, was van de baan. Mijn onzekerheid die daarmee samenhing, was als het ware opgelost. Alleen was er wel iets anders voor in de plaats gekomen: mijn hoogbegaafdheid. Daar moest ik iets mee.

Het feit dat het onderzoeksverslag aangaf dat mijn hoge IQ de problemen die ik vroeger ervoer kon verklaren, was voor mij een beginpunt. Als het blijkbaar zoveel invloed heeft gehad, wilde ik ook wel weten waarom. Met een geprint verslag in mijn hand en een groeiend idee in mijn hoofd, vertrok ik weer naar huis. Tijd om dit uit te gaan zoeken.

Reageren